80 meter vossenjachtontvanger

Een technische toelichting

Al bij het kijken naar het blokschema valt de eenvoud van dit ontvangertje op. Maar een ontvanger die zo simpel is kan toch nooit goed zijn? Er is geen automatische versterkings regeling toegepast en er zit geen S-meter op... zo kun je toch niet peilen!

Waarom eigenlijk niet... de automatische versterkings regeling, de AVR, is bedacht om bij de ontvangst van stations met een wisselende signaalsterkte, die bijvoorbeeld door fading kan ontstaan, toch een vrij constant LF-niveau uit de luidspreker te verkrijgen. De AVR voorkomt zo dat de luisteraar veelvuldig aan de volumeregelaar moet draaien. M.a.w. de AVR maskeert, ten behoeve van het luistergemak, de sterkteverschillen in het HF-signaal. Echter... bij het vossenjagen gaat het ons nu juist om die sterkteverschillen; dus waarom zouden we die eerst verminderen om ze dan later op de S-meter te gaan aflezen. Het is tijdens het jagen veel praktischer om naar die boomstronk voor je voeten te kijken dan op de S-meter.

Er is nog een tweede reden waarom vrijwel alle ontvangers voor AM en SSB met een AVR zijn uitgerust: het dynamisch bereik. Het is niet de bedoeling dat de ontvanger bij sterke signalen 'over zijn nek gaat' of dat de modulatie dan gaat vervormen. In principe kan dit met de vossenjachtontvanger ook gebeuren want uiteindelijk beginnen we de jacht met de vossen op grote afstand en dus een klein signaal.

Maar bij een goed verstopte vos kan het nodig zijn dat we op zeer korte afstand van de vos ook nog moeten peilen en dan hebben we op een tiental meters van de zender een enorm signaal. Het ontwerp van Holger houdt daar rekening mee. De gekozen oplossing is simpel en doeltreffend: met een potmeter wordt aan de MF-versterker minder HF toegevoerd... de potmeter kan zelfs tot 'nul' worden teruggedraaid.

Dicht bij de vos heerst echter zo'n grote signaalsterkte dat dit terugdraaien tot nul, de loper van de potmeter komt aan massa, nog niet voldoende is. Maar, reuze slim, met de potmeter draaien we niet alleen de signaalsterkte terug; ook de ruststroom van de MF-versterker, een BC547, wordt met de potmeter verminderd... tot nul in de laagste stand. Een volkomen afgeknepen tor versterkt niet meer; tenzij de signaalsterkte zo groot is dat de tor, in klasse C, nog iets doet.

Zelfs deze situatie doet zich in de praktijk van het peilen voor en daartegen kunt u bij de modificaties en extra's een oplossing vinden. Met het uitschakelen van de BFO, gewoon de voedingsspanning eraf, wordt de ontvanger ineens een stuk ongevoeliger en zo kunnen we toch nog tot vlak bij de vos peilen. De kwaliteit van de modulatie heeft daar ernstig onder te leiden maar dat is bij het peilen geen enkel bezwaar zolang de vos maar herkenbaar blijft.

sense-antenne

Wie geen ervaring heeft met 80m-peilers kijkt wat vreemd aan tegen de sense-antenne maar nieuw is de sense-antenne beslist niet. Deze aanvulling op een raamantenne, de ferrietantenne is daar een verschijningsvorm van, is al tenminste 60 jaar bekend. Een raamantenne, de ferrietantenne dus, kun je beschouwen als een spoel waarin de magnetische veldlijnen van het elektro-magnetische veld een stroom/spanning opwekken. Het magnetische veld loopt door de spoel, daarbij geholpen door de ferrietstaaf (kern) en zo komt het dat men de staaf niet naar de zender moet richten maar 90░ er dwars op om de hoogste spanning ge´nduceerd te krijgen. Het minimum wordt gevonden door de ferrietstaaf richting zender te draaien. Ik ga er vanuit dat de zender vertikaal gepolariseerd is, d.w.z. de magnetische component is dan horizontaal en de veldlijnen lopen dan in grote horizontale kringen om de antenne heen.

Hiermee is de zender dus goed te peilen... ware het niet dat die situatie niet verandert als we de spoel 180░ draaien... met andere woorden: een raam-, magnetic loop of ferrietantenne heeft geen voor/achterverhouding. Daar gaan we wat aan doen door ook de elektrische component in het zendsignaal te benutten. Van het vertikaal gepolariseerde zendsignaal wekt de elektrische component in de vertikale sprietantenne een spanning op en die gaan we omzetten in een magnetisch veld door deze als stroom door een koppelspoeltje op de ferrietantenne te voeren. Een koppelspoeltje waarmee de elektrische en de magnetische component worden samengevoegd. De fases van deze twee zijn niet gelijk en zo wordt een duidelijk merkbare voor/achterverhouding mogelijk.

Niets bijzonders dus deze sense-antenne, alleen de extra versterker met de BF245A maakt dat het ontwerp van DF2FQ uitsteekt boven het gewone. Deze versterker vergroot de voor/achterverhouding tot een factor 10:1.

BFO en bovenmenging

Gekozen is voor bovenmenging en dat is niet gedaan vanwege de stabiliteit want die wordt er slechter door maar om in combinatie met de BFO een goede detectie van de op 80m gebruikelijke lage zijband mogelijk te maken. Bovenmenging geeft een spiegeling van de zijband, in de MF-verserker wordt de lage zijband een hoge. (Reken dat maar eens na.) Voor een goede detectie van de hoge zijband dient de in de uitzending ontbrekende draaggolf laag te zijn en de BFO-schakeling met dezelfde keramische filters als de MF heeft een frequentie die aan de lage kant van de filterdoorlaat zit. We behoeven dus niet de BFO op de juiste frequentie af te regelen, dat valt niet mee zonder speciale meetinstrumenten, want het komt door de uitgekiende BFO vanzelf goed. Voor het vossenjagen is dit niet eens zo belangrijk maar het aardige van dit ontwerp is dat je de ontvanger ook nog kunt gebruiken als klein draagbaar hulpontvangertje om eens naar QSO's op 80 te luisteren.

Oscillatorspoel

Die kleine smoorspoeltjes zijn zo gek nog niet. Ze hebben een vrij hoge Q en een tolerantie die meestal binnen 1% ligt. Daar zijn goede oscillators mee te bouwen. Een nadeel is echter dat ze niet afgeschermd zijn en dus be´nvloed kunnen worden door hun omgeving. Hoe het met het verloop door een wisselende omgevingstemperatuur is gesteld in mij niet bekend. Met ringkernen uit ijzerpoeder heb ik daarover geen klachten; gebruik geen ferriet voor een oscillatorspoel. Een ringkern heeft bovendien het voordeel dat het magnetische veld in de kern 'gevangen' blijft en daardoor is de be´nvloeding door invloeden van buitenaf gering. Ziet u dus niet op tegen het wikkelen van een ringkerntje dan heeft dat de voorkeur ook al is het iets duurder... is het niet zonde om de stabiliteit van een goede ontvanger in de waagschaal te zetten voor een prijsverschil van hooguit een paar gulden?

PA3FFZ